Er waren eens twee kikkers.
De eerste was professor.
Zo onverschillig mogelijk op zoek naar eten -zonder gaat het niet- vond hij bij een boerderij een emmer melk, sprong op de rand, gleed uit, viel in de melk en ...dacht na.
De tweede kikker: gewoon maar een kikker -een kikker van de vlakte- had de plons gehoord en wilde wel te hulp komen maar gleed ook uit en viel ook in de melk.
De professor nu vergeleek, in gedegen analyse, het soortelijk gewicht van "melk"en "kikker" en kwam tot de conclusie dat de zaak reddeloos verloren was; met beschaafde berusting verdronk hij.
De andere kikker was daarvoor te dom. Hij schopte wild om zich heen; verzette zich, trappelde en vocht.
De volgende morgen vond de boerin, die de emmer haalde, daarin tot haar verbazing geen melk maar een grote klomp boter met bovenop een kikker; uitgeput maar in triomf.